Ga naar de GameSquare hoofdpagina
Les 1
Doel van het spel
De kaarten
De normale volgorde
Het spel
Kleur bekennen

Door naar les 2 volgende
Eerst effe oefenen spelen
Terug naar de inleiding inleiding


Doel van het spel.

Het voornaamste doel van het spel is natuurlijk plezier hebben en sociale contacten leggen. Bij dit spel mag er dan ook gezellig gebabbeld worden, als het maar niet over de inhoud van je kaarten gaat!
De winnaars tracteren vaak op een borreltje en stemmen maar al te graag met een revanche in. De uitdrukking een "boompje opzetten" komt van dit spel!
Wanneer kun je jezelf winnaar noemen van het spel? Het antwoord is NOOIT! Je speelt namelijk twee tegen twee, en 1 persoon kan nooit in zijn eentje winnaar zijn.
Je zit aan een (liefst vierkante) tafel. De persoon die recht tegenover je is gaan zitten heet je "maat". De personen links en rechts van je heten je tegenstanders. Op de scorelijst staat nog simpeler: "Wij" en "Zij". "Wij" is daarbij de partij die de score noteert (degene die "schrijft") Samen met je maat moet je nu proberen zoveel mogelijk punten in de wacht te slepen. Dit wordt later besproken.
Hou het maar voorlopig op zoveel mogelijk plaatjes en tienen in de wacht slepen.

De kaarten.

Het klaverjas spel wordt gespeeld met 32 speelkaarten, van de 7 oplopend tot en met de aas.

Deze kaarten zien er dus als volgt uit:

De vier verschillende symbolen (harten, schoppen, klaveren en ruiten) heten de vier kleuren van een kaartspel(al zijn het maar daadwerkelijk twee kleuren.) Elke speler krijgt 8 willekeurige kaarten, die de andere spelers niet mogen zien. Er wordt over het algemeen 3-2-3 gegeven. Dat wil zeggen dat eerst iedereen drie kaarten krijgt, dan iedereen 2, en tenslotte iedereen weer drie tot de kaarten op zijn.

De normale volgorde.

De kaarten die je in je handen hebt, hebben een bepaalde waarde. Deze waarde is belangrijk om later te kunnen bepalen wie de kaart met de hoogste waarde heeft. Degene die de hoogste kaart op tafel heeft liggen krijgt namelijk alle kaarten op tafel.
De volgorde van de kaarten is hieronder van hoog naar laag weergegeven.


Zoals u ziet zitten alleen de aas tot en met de zeven in het spel, de lagere kaarten doen niet mee.

De waardes van deze kaarten zijn ook aflopend, zo is de aas 11 punten waard, de tien is tien punten waard, de heer 4, de vrouw 3 en ten slotte de boer 2. de lagere kaarten hebben geen puntenwaarde in dit spel!
Maar over punten later!

Het spel

Je zit met vier personen om een tafel heen. De persoon tegenover je is je maatje, alle punten die hij haalt worden bij alle punten die jij haalt opgeteld. Later zul je hulpmiddelen leren om met deze maat samen te gaan werken, maar voorlopig moet je maar gewoon proberen zelf zoveel mogelijk punten te halen.
Wanneer het spel begonnen is, leggen alle vier de mensen een kaart op tafel, met de klok mee. Diegene die de kaart met de hoogste waarde opgooit, krijgt al deze kaarten (dit heet een slag). Wanneer je naar zo'n slag kijkt zitten daar kaarten in die wel of geen punten waard zijn. Alle punten in alle slagen bij elkaar opgeteld die jij met je maat hebben gehaald, tellen mee voor de waardering.

Kleur bekennen

De eerste die een kaart op moet gooien, kiest zelf welke dit is. Er zijn slimmere en minder slimme openingen maar dat is van later zorg. De andere spelers zijn echter verplicht om eerst een kaart op te gooien van de kleur van de eerste kaart.
Een voorbeeld:
De eerste speler kiest zelf waar hij mee uitkomt. Harten Heer .
De tweede speler denkt ik wil eigenlijk een klaveren zeven opgooien, maar heeft echter nog een harten en moet die dus opgooien. Harten Boer .
De derde man heeft twee harten en kiest van deze twee de laagste. Harten Acht .
De vierde man pakt tenslotte de slag. Harten Aas .

Deze regel, dat je altijd dezelfde kleur moet opgooien die de eerste spelen opgooide, heet kleur bekennen.
Doordat er steeds 4 kaarten van dezelfde kleur vallen weet je of iemand die kleur niet meer bezit, of dat je zelf de hoogste bezit van die kleur (en dus nog een slag kan halen).
In het bovenstaande voorbeeld zitten er 17 punten in de slag!

Een leuke oefening is het volgende spel:
Klaverjas zonder troef: Dit spel kan niet bij GameSquare gespeeld worden. Verdeel de kaarten Aas t/m zeven over vier personen. Degene links van de deler begint en gooit een kaart op naar keuze. Ieder speelt met zijn overbuurman samen, net als bij echt klaverjassen. Je moet kleur bekennen, en de volgorde van de kaarten is die uit het voorgaande hoofdstuk!
Tenslotte is elk plaatje 1 punt, en elke tien is twee punten waard. wie staat het hoogst na 16 potjes?

In LES 2 gaan we het hebben over wat troeven zijn, en wat je ermee mag en moet doen.