OfficiŽle klaverjas regels


Daar waar in de regels wordt verwezen naar hij, hem of zijn, kunt u ook lezen zij, ze en haar.

Inleidende bepalingen tot het internationale spelreglement


  1. In het reglement worden de volgende afkortingen gebruikt:
  2. Een spel bestaat uit 32 kaarten, verdeeld over de kleuren: Sch, Ha, Ru en Kl. Van elke kleur: A, H, V, B, 10, 9, 8 en 7.
  3. De rangorde van laag naar hoog van elke kleur (geen troefkleur zijnde) is:

    De rangorde van laag naar hoog van de troefkleur is:

  4. Puntenwaardering van het spel:
  5. Puntenwaardering van de roem:

Het internationale spelreglement


  1. Wanneer ťťn of meer kaarten van een spel aan de bovenzijde (niet beeldzijde) kenbaar is of zijn, of wanneer hierover twijfel bestaat, moet de wedstrijdleider hiervan in kennis worden gesteld.
    Deze besluit of er een nieuw spel kaarten zal worden verstrekt.
  2. Iedere speler moet bij het constateren van een onregelmatigheid de wedstrijdleider ontbieden. Deze zal trachten de onregelmatigheid te herstellen.
    Het feit, dat de overtredende partij de aandacht op zijn eigen onregelmatigheid vestigt, beÔnvloed in geen enkel opzicht de rechten van de tegenpartij. Onder partij wordt verstaan de twee spelers welke elkaars partner zijn.
  3. De spelers hebben niet het recht op eigen initiatief een straf op te leggen of kwijt te schelden. Dit recht komt uitsluitend de wedstrijdleider toe.
  4. Beide partijen noteren het behaalde aantal punten op de eigen tellijst. Elke speler moet zich ervan overtuigen of, na het beŽindigen van het spel, het behaalde aantal punten van beide partijen juist op de tellijsten wordt ingevuld.
    Indien een spel gespeeld is en er geen roem gemeld is, dan dient het roemvakje op de tellijsten te worden voorzien van een diagonale streep over de gehele lengte.
  5. De gever is de eerste speler. Hij mag slechts mededelen: "Ik speel" of "Ik pas".
    Bij "ik speel" dient de troefkleur aan de mededeling te worden toegevoegd. Elke andere uitdrukking of mededeling is verboden. Bij het niet nakomen van de gestelde regel kan de wedstrijdleider een waarschuwing geven. Blijkt een afwijkende mededeling of uitdrukking het spel te kunnen beÔnvloeden, dan kan de wedstrijdleider de overtredende partij straffen. Bij herhaling is de wedstrijdleider bevoegd de overtredende partij van verdere deelname aan de wedstrijd uit te sluiten.
  6. Wanneer de gever past, dan moet de speler links van de gever mededeling doen of hij speelt of past. Past ook de tweede speler, dan is het de beurt aan de derde speler. Past ook de derde speler, dan is tenslotte de vierde speler aan de beurt.
    Wanneer alle spelers gepast hebben is de gever verplicht tot spelen. Hij moet dit dan doen met de vermelding van de troefkleur. In alle gevallen komt de speler links van de gever als eerste uit.
  7. Wanneer een speler ťťnmaal troef heeft gemaakt en zich in de kleur of kaartsoort blijkt te hebben vergist, dan kan hij dit niet herstellen. De kleur, die het eerst genoemd is, blijft de troefkleur.
  8. De speler, die aan de beurt is om te spelen, mag niet te lang wachten. Wachten kan een ongeoorloofde inlichting inhouden.
    De tegenpartij kan aan de speler vragen een besluit te nemen. Bij herhaling dient de wedstrijdleider hiervan in kennis te worden gesteld.
  9. De gever schud de kaarten minimaal drie keer. De speler links van de gever is verplicht af te nemen. Daarna deelt de gever de kaarten 3-2-3. Hij begint met delen bij de speler links van hem.
    Alleen aan de gever is het toegestaan om zijn kaarten te bekijken. Bij het afnemen dienen tenminste 3 kaarten van de stapel te worden genomen.
  10. Wanneer de gever past, dan legt hij de kaarten weer gedekt op tafel terug en mag de speler links van de gever zijn kaarten bekijken.
    Past ook de tweede speler, dan legt ook hij zijn kaarten weer gedekt op de tafel terug en is het de beurt aan de derde speler, enz.
    Wanneer alle vier spelers passen, dan wordt gehandeld overeenkomstig artikel 5.
  11. Wordt voor de beurt uitgekomen, dan wordt de getoonde kaart een strafkaart, die open op tafel moet blijven liggen. Wanneer de gestrafte speler aan de beurt is, mag de tegenpartij zeggen of de strafkaart al dan niet bijgespeeld moet worden. Blijkt de strafkaart de laagste kaart van de voorgespeelde kleur te zijn, dan moet de gestrafte speler deze kaart bijspelen.
    Als het bijspelen een eventuele verzaking tengevolge zou hebben, dan mag de strafkaart niet worden bijgespeeld. De gestrafte speler moet dan kenbaar maken of dit de laatste kaart van die kleur is.
  12. Bij een voorgespeelde kleur moet, indien aanwezig, een kaart vandezelfde kleur bijgespeeld worden. Heeft de tegenpartij deze kleur niet, dan moet, indien mogelijk, ingetroefd worden. Is door een voorafgaande speler de gevraagde kleur ingetroefd, dan moet men overtroeven als men de gevraagde kleur niet heeft.
    Wanneer de voorgespeelde kleur troefkleur is, moet indien mogelijk, overgetroefd worden, anders een troefkleur gewoon bijspelen.
    Speelt men het "Rotterdams systeem" dan is men ook verplicht te troeven als de slag aan de partner ligt. Indien mogelijk is in dat geval overtroeven te allen tijde verpicht.
  13. Een speler, die wel in het bezit is van een kaart in dezelfde kleur als de voorgespeelde kleur, en deze kleur niet bijspeelt, heeft verzaakt. De straf op dit verzaken bestaat uit het toekennen van 0 punten aan de verzakende partij en 162 punten plus 100 extra punten aan de tegenpartij. Dit puntentotaal wordt nog vermeerderd met de eigen gemaakte roem en de roem van de verzakende partij tot het moment van verzaken.
    Is de laatste slag van het spel gedekt, dan is geen beroep van verzaken mogelijk.
  14. Bij het constateren van het verzaken voordat de slag gedekt is, is herstel mogelijk maar wordt de getoonde kaart een strafkaart. Artikel 11 is dan van overeenkomstige toepassing.
    Is de slag gedekt, dan wordt het verzaken definitief en moet het spel worden gestaakt. Artikel 13 is dan van overeenkomstige toepassing. Een slag welke gedekt is, mag niet meer worden ingezien.
  15. Wanneer 1 der spelers de tegenpartij beschuldigt van verzaken en er is aangetoond, dat er niet verzaakt is, dan krijgt de partij die beschuldigde voor dit spel 0 punten. De tegenpartij krijgt het aantal punten als vermeld in artikel 13.
  16. Verzaken dient direct te worden gemeld aan de wedstrijdleider.
    De wedstrijdleider is bevoegd bij herhaald verzaken door dezelfde speler, deze van verdere deelneming aan de wedstrijd uit te sluiten.
  17. Roem moet worden gemeld voordat de slag, waarin deze is gevallen, is gedekt. Ook de tegenpartij is bevoegd roem te melden.
  18. Roem dient in cijfers op de tellijsten te worden genoteerd. De wedstrijdleider is bevoegd om niet in cijfers genoteerde roem buiten aanmerking te laten.
  19. De spelende partij dient minimaal 162:2+1=82 punten te behalen, indien er geen roem is gemeld. Is er wel roem gemeld, dan dient de spelende partij minimaal 2 punten meer te behalen dan de tegenpartij.
  20. Indien de spelende partij niet aan het bepaalde in artikel 19 voldoet dan is hij de verliezende partij. De verliezende partij krijgt 0 punten.
    De tegenpartij krijgt 162 punten, vermeerderd met de door beide partijen gemaakte roem.
  21. Uitsluitend de spelende partij kan in aanmerking komen voor 100 extra punten wegens het incasseren van alle acht slagen (mars).
  22. Het is verboden een spel te beŽindigen wanneer minder dan acht slagen gemaakt zijn. De wedstrijdleider kan in dat geval het spel ongeldig verklaren.
    Alleen bij verzaken kan het spel eerder gestaakt worden.
  23. Zijn er afwijkende bepalingen, niet voorkomende in het spelreglement, dan is de wedstrijdleider gehouden dit van te voren bekend te maken opdat iedere speler daarvan kennis kan nemen.
  24. Iedere speler heeft het recht, tot 1 uur na afloop van de wedstrijd de tellijsten in te zien, in het bijzijn van de hoofdwedstrijdleider.
  25. Iedere speler is verplicht zich aan het spelreglement te houden.
    Bij eventuele geschillen dient de wedstrijdleider te worden geraadpleegd. De beslissingen van de wedstrijdleider zijn bindend en niet voor beroep vatbaar.
  26. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de hoofdwedstrijdleider.
  27. Indien een speler zich niet met de beslissing van de wedstrijdleider of hoofdwedstrijdleider kan verenigen en daarom besluit niet verder te spelen, dan wordt hij van de deelnemerslijst afgevoerd.
  28. Indien zich een situatie voordoet als is bedoeld in artikel 13 of artikel 27, dan zorgt de hoofdwedstrijdleider voor een afdoende oplossing.
  29. Wedstrijdleiders dienen te handelen overeenkomstig het door het Uniebestuur opgestelde wedstrijdreglement.


Aldus opnieuw vastgesteld op de algemene vergadering van de N.K.U. d.d. 24 oktober 1987 te Nieuwegein.